465
15
hallo
388
480
hallo
70
453
hallo
342
432
hallo
129
360
hallo
380
297
hallo
40
270
hallo
426
240
hallo
530
160
hallo
60
180
hallo
390
75
hallo
200
115
hallo
100
50
hallo
1/8

Binnenduinrand (Paal 15,5)
Han Leereveld ism de Waddenvereniging

Niets staat vast in het Waddengebied, niets is zoals het lijkt, alles blijft in beweging.
Het enige wat vaststaat in het waddengebied, is de voortdurende beweging, verandering. De wind blaast, het water stroomt. Richels en geulen vormen zich, duinen en kwelders groeien aan en kalven af. Zoet wordt zout en zout wordt zoet. Vele krachten trekken en duwen aan het eiland Terschelling, waaronder die van de mens.

Waar het achter duintoppen minder stuift, kan tussen het helm een andere vegetatie tot ontwikkeling komen met struiken als duindoorn en wilg, uiterst rechts van U tegen de binnenduinrand aan. Recht vooruit kijkend is vanaf hier is een tamelijk afgevlakt, zachtglooiend duinlandschap te zien door weinig aanwasmogelijkheden, weinig aanvoer van stuivend zand. Maar de hevige kracht van de wind, vooral in de winter, kan verderop duinen weer opruimen, uitstuiven, laten lopen, en ontstaat er een onregelmatig landschap van duintoppen en duinvalleien. De lagere delen vormen ideale omstandigheden voor heidevelden, zoals voor en achter het vlakke duin aan uw gezichteinder het geval is.

In het dynamische, stuivende duinlandschap kunnen bossen niet tot ontwikkeling komen. Toch ziet U rechts van U een bos, het Hoorner Bos. Bossen op Terschelling zijn vanaf zo’n honderd jaar geleden aangelegd om duincomplexen als het ware vast te leggen, om het overstuiven van belendende woongebieden tegen te gaan.

Maar met de aanplant van dennen ging veel gebied verloren voor grazend vee, oerol genoemd. Vervangende ruimte werd gevonden door duinvalleien te ontwateren en daar grasland aan te leggen. Zodoende kwam een serie relatief vlakke weidevelden tot stand, zoals bijvoorbeeld hier aan de binnenrand van het duin. De serie weilanden aan de binnenduinrand kreeg vanaf hier oostwaarts gaand simpelweg de naam van de bijbehorende kilometerpaal aan het strand: Plak fon 15 (rechts van U), en 16 en 17 naar het oosten toe. Nu is het gras smakelijk groen, in de winter staan de vergeelde en modderige weilanden deels, en soms helemaal, onder water.

Dynamiek is voelbaar, zichtbaar, merkbaar. Het waddengebied, de eilanden, de zee zijn continue in beweging. De steeds veranderende landschappen in uw gezichtveld zijn een goed voorbeeld van samenspel van de mens met de natuurkrachten.